Irma Bolhuis, directeur Wijkz: ‘We moeten lef en durf tonen om dingen anders te doen’

1 november 2022, 09:14

Gezond en Gelukkig Den Haag, dat zijn we zelf. Als netwerkorganisatie willen we gezondheidsverschillen tussen Haagse wijken verkleinen. Hierin spelen we allemaal een rol: van bestuurder tot beleidsmaker en van professional tot bewoner. Reden om betrokkenen bij ons netwerk aan het woord te laten. Irma Bolhuis, directeur van welzijnsorganisatie Wijkz: ‘We moeten elkaar kritisch durven aanspreken’

Wat is volgens jou nodig voor een gezond en gelukkig Den Haag?

‘Daarvoor moeten we uitgaan van wat bewoners zelf denken, en wat ze zelf willen en kunnen bijdragen vanuit hun eigen mogelijkheden. We bedenken nog te vaak wat goed zou zijn voor bewoners, zonder het ze zelf te vragen. Dat is een heel belangrijk onderdeel van de omschakeling waarin we zitten. In plaats van denken vanuit ziekte en zorg gaan we naar een focus op preventie vanuit mens en maatschappij.

Als samenleving zijn we geneigd om te starten bij wat niet goed gaat, naar problemen en vraagstukken. Die zijn binnen het huidige systeem ook nodig om geld te krijgen voor activiteiten en interventies. Daarin zie ik een parallel met de gezondheidszorg, waar wordt betaald voor ziekte en niet voor gezondheid. Maar als we versterken wat goed gaat, vanuit de kracht van mensen, zorgen we voor wijken met meer veerkracht. Zo voorkomen we dat dingen misgaan. En als er uitdagingen zijn, vinden we duurzame oplossingen.’

Hoe zie je de rol van jouw organisatie binnen deze transitie?

‘Het zit natuurlijk in de kern van sociaal werk om aan te sluiten bij bewoners. Maar toch moeten we als organisatie kritisch zijn op onszelf. Sluit wat we doen aan bij leefwereld van bewoners? Of zijn we onze eigen projecten aan het bedenken?

Ook proberen we echt te staan voor deze manier van werken. Dat is niet altijd makkelijk. Er ligt vaak druk op een snelle oplossing van een probleem, terwijl er rust en geduld nodig is om vanuit de kracht van bewoners te werken aan oplossingen.’

Wat is er nodig om die beweging te versnellen en verstevigen?

‘Dat is best spannend, daarvoor moet bijvoorbeeld financiering van interventies en projecten radicaal anders. We zien nu dat de goede initiatieven die er zijn, die medisch en sociaal domein verbinden of die de bewoners en actieve rol geven, moeten knokken om daar ook voor betaald te worden.

Ik denk dat het helpt om met elkaar proefplekken af te spreken waar we de financiering niet in schotjes zetten, maar het overlaten aan professionals in de wijk om samen met bewoners met goede oplossingen te komen. Vandaaruit kunnen we dan opschalen naar een groter niveau.’

Wat vraagt dat volgens jou van bestuurders?

‘Lef en durf om het anders te doen. En concreet: ga op zoek naar andere manieren van financiering van projecten. Ik heb ervaren dat het in pilotwijk Moerwijk uitdagend is om budget vrij te krijgen, waarmee bewoners zelf gezondheidsbevordering initiatieven kunnen uitvoeren. Maar er zijn wel mogelijkheden. Die moeten we actief opzoeken.

We moeten over sommige dingen ook anders gaan denken. We gaan er in Den Haag vanuit dat vrijwilligerswerk onbetaald moet zijn. Maar als mensen moeten overleven en niet weten of ze ’s avonds de verwarming aan kunnen zetten of warm eten op tafel kunnen zetten, dan is dat een heel elitaire gedachte. Een vergoeding, in geld of opleidingsmogelijkheden, geeft mensen meteen wat meer ruimte in het hier en nu.’

Hoe zie je de rol van het netwerk Gezond en Gelukkig Den Haag?

‘Een belangrijke functie van het netwerk is om met elkaar te zoeken naar waar ruimte zit voor verandering. Dat is uitdagend, want er spelen ook organisatiebelangen. En een heel financieringssysteem is natuurlijk niet in een keer om. Er is soms koudwatervrees en dat is logisch. We bouwen nu vertrouwen op door meters met elkaar te maken, zodat we elkaar ook kritisch durven aan te spreken.

Als ik zie hoe professionals en beleidsmakers in Moerwijk aansluiten bij de initiatieven van bewoners, ben ik trots op wat er al bereikt is. Dat maakt duidelijk dat de wil er is en er een mooi begin is gemaakt. Daar moeten we nu keihard op doorpakken. Zo zorgen we ervoor dat GGDH niet het zoveelste vergadercircuit wordt, maar echt tot mooie resultaten leidt.’