De huisarts van de toekomst ‘signaleert, organiseert en faciliteert’.

11 maart 2021, 08:48

De huisartsopleiding van het LUMC is volop in beweging. Het nieuwe curriculum in wording wil de huisarts van de toekomst voorbereiden op een praktijk met complexe problematiek en maatschappelijke ontwikkelingen die vragen om nieuwe competenties. Een grote transitie die inspanning vraagt van iedereen. Waar staat de opleiding nu en hoe zijn ze hier gekomen?

‘Huisarts met een hoofd vol ideeën en chronisch tijdgebrek en tegenwoordig ook nog hoofd van de huisartsopleiding in het LUMC’. Het is de TwitterBio van Hedwig Vos. Als huisarts in Den Haag begeeft zij zich duidelijk volop buiten de spreekkamer. Iets wat van de huisarts van de toekomst steeds meer gevraagd zal worden. Ontwikkelingen als vergrijzing, substitutie of wijkgerichte zorg zorgen voor meer complexe vragen en vergroten de rol van de huisarts als dichtstbijzijnde medische deskundige. Dat vraagt nieuwe kwaliteiten.

Vos: ‘Natuurlijk blijft patiëntencontact van groot belang, maar een huisarts is niet meer de solist die elke tien minuten een patiënt voorbij ziet komen. De huisarts van de toekomst is een dynamische zorgprofessional die uitvraagt en aansluit op vaak complexe vragen. De oplossing hoef en kan je niet altijd zelf ter plekke geven, juist niet. Het gaat om het signaleren van de kern van het probleem en het organiseren van goede hulp.’

Transitie gaat niet vanzelf

Organiseren gaat ook om samenwerking. Met andere huisartsen binnen de gezondheidscentra, met praktijkondersteuners en een breed pallet aan partijen in de wijk. Iets wat binnen de opleiding steeds meer een plek krijgt en leidt tot een nieuw curriculum. Om dat handen en voeten te geven, gaat niet vanzelf, zo ervoer veranderkundige en programmanager van de huisartsopleiding op de Campus in Den Haag, Mascha Egberts.

‘De transitie van de opleiding was al langer een onderwerp van gesprek, maar liep vast omdat de interne organisatie nog niet klaar was voor deze stap. We hebben geleerd dat het belangrijk is om bij zo’n opgave niet top down aan de slag te gaan, maar vanuit de basis te starten. Dus om vanuit de opleiders zelf te kijken wat er anders moet en hoe zij daaraan kunnen bijdragen. Het zijn professionals, die weten dat prima zelf.’

Veranderverhaal

Inmiddels is op dat vlak een grote slag geslagen, vertelt Egberts. ‘Door gesprekken met docenten, aios, opleiders en medewerkers van de huisartsopleiding is een door iedereen gedragen veranderverhaal tot stand gekomen. Dat geeft de noodzaak aan om in beweging te komen en vertelt waar we heen gaan. Zo zetten we koers uit waaraan mensen vanuit een intrinsieke motivatie kunnen bijdragen. Van eenieder vraagt dat een open, verbindende houding.’

Het einddoel van die koers is als volgt verwoord in het veranderverhaal: ‘Dat we de meest inspirerende en vooruitstrevende huisartsopleiding van Nederland willen zijn, waar je alle kans krijgt om jezelf te ontwikkelen. Dan maken we onze huisartsopleiding toekomstbestendig, zijn aios voorbereid op de toenemende complexiteit in de gezondheidszorg en zijn zij voorlopers op het gebied van samenwerking met andere domeinen binnen de gezondheidszorg.’

Veranderingen zichtbaar

Vos vult aan: ‘Vanuit het management pakken we daarin een faciliterende rol. Mensen moeten de ruimte voelen om bij te dragen. Wat hebben onze medewerkers en opleiders nodig? Wat kunnen wij daarin betekenen voor hen? Want deze opgave kunnen we alleen maar met elkaar realiseren.’ De opleiding als wendbare en flexibele organisatie dus, met sterk leiderschap. De investering daarin werpt haar vruchten inmiddels af.

Want nu de basis voor verandering achter de schermen staat, begint deze daarvoor ook zichtbaar te worden. Zo nemen aios steeds meer zelf verantwoordelijkheid voor de vormgeving van hun opleiding. Vos: ‘Ze maken daarin zelf keuzes, wat doe ik wel en wat doe ik niet? Iets wat ze later in de wijk ook zullen moeten doen vanuit populatiegerichte zorg. Competenties als (interprofessioneel) samenwerken en organiseren gaan we veel steviger inhoud geven.’

Verbinding zorg en welzijn

Daarnaast is al tijdens de opleiding veel meer aandacht voor samenwerking, door projecten met bijvoorbeeld het Haga Ziekenhuis of samen met studenten van opleidingen op het gebied van Social Work. Vos: ‘Aios leren nu al tijdens hun studie om breder te kijken en actief gezamenlijk op te trekken. Dat heeft impact op de rest van je leven, als verbindende huisarts die continu blijft leren.’

Vos en Egberts, waarbij Egberts zelf lid is van het kernteam van Gezond en Gelukkig Den Haag, zien een rol voor het netwerk om deze verbinding tussen zorg en welzijn te bestendigen. Vos: ‘Om deze beweging echt door te zetten, moeten de financieringssystemen mee. Ik hoop dan ook van harte dat landelijke en lokale overheden en alle zorgverzekeraars zich zullen committeren aan de beweging.’