Inspiratie

“We willen niet óver ouderen praten, maar mét hen”

14 februari 2026, 12:29

Wat gebeurt er als beleid en ervaringskennis elkaar écht ontmoeten? Gemeente Den Haag werkt inmiddels een jaar samen met een ervaringsraad van laaggeletterde (migranten)ouderen. Een gesprek over lef, geduld en echte verhalen, met Nina van Haren, beleidsadviseur sociale basis bij gemeente Den Haag, en projectleider Fatoş Ipek-Demir.

Hoe is jullie samenwerking ontstaan?

Nina:
“Het begon bij de ontwikkeling van nieuw beleid voor een seniorvriendelijk Den Haag. Tijdens een werkbespreking met de gemeenteraad kwam onder andere cultuursensitief ouderenbeleid aan bod. We merkten al langer dat we een groep ouderen structureel minder bereikten – met name laaggeletterde ouderen en ouderen met een migratieachtergrond.

We werkten al jaren aan dit beleidsthema maar eerlijk is eerlijk: er was een groep die we gewoon niet spraken. Onder andere door de inbreng van Fatoş tijdens die bespreking ontstond draagvlak en momentum om het anders te doen.”

Fatoş:
“Ik was uitgenodigd om tijdens die werkbespreking iets te zeggen. Ik had twee minuten spreektijd, maar ik sprak vanuit mijn vele ontmoetingen en verhalen met Haagse ouderen en eigen ervaring met mijn ouders en vanuit wat ik al jaren zie gebeuren. Die ervaringskennis zet ik in als ervaringsdeskundige. Na afloop kwamen raadsleden naar me toe: ‘Je bijdrage raakte ons. Hier moeten we iets mee.’

Niet lang daarna werd ik gebeld: of ik wilde helpen om ervaringen op te halen bij deze doelgroep. Mijn eerste reactie? ‘Het is midden in de zomer, veel mensen zijn in het buitenland.’ Maar ik dacht ook: laten we het gewoon doen.”

Wat was er anders aan deze aanpak?

Nina:
“We wilden niet één keer iets ophalen en daarna weer doorgaan zoals altijd. Tegelijkertijd zijn we als gemeente gewend om dingen overzichtelijk te organiseren: één belangenbehartiger, één structuur. Maar een gemeentelijke belangenbehartiger, waar senioren stukken meelezen en adviezen schrijven, past niet bij iedereen. Daarom kozen we voor een ervaringsraad: dit een methodiek van Movisie om collectieve ervaringskennis op te halen.

Elke zes weken komen zo’n acht senioren samen en delen ervaringen om op die manier het gemeentelijk beleid inclusiever te maken. Fatoş leidt het, ik ben er altijd bij vanuit de gemeente. En wisselende collega’s van mij leggen een vraag neer.”

Fatoş:
“Wat ik vanaf het begin fijn vond, was de gelijkwaardigheid. Nina schrok niet van kritische vragen. We deden dit echt samen. Ik ging naar markten en naar Haagse Ontmoeten-locaties en sprak mensen één-op-één. Daar vond ik ‘parels’: ouderen met veel levenservaring waar we veel van kunnen leren. Zo ontstond langzaam een groep van acht mensen.”

Nina:
“Daarom moet zo’n raad ook niet getrokken worden door een beleidsmedewerker. Dan mis je precies de kracht. Het moet iemand zijn die vertrouwen heeft bij de doelgroep én kritisch kan zijn richting het systeem. Wat Fatoş doet, kan niet iedereen. Maar het moet uiteindelijk wel breder geborgd worden dan één persoon.”

Wat levert de ervaringsraad na het eerste jaar concreet op?

Nina:
“We krijgen meer inzicht in hoe dingen in het echt gaan. Op papier lijkt veel goed geregeld. Maar als iemand in een rolstoel vertelt waar het vervoer vastloopt, zie je wat er misgaat in het systeem. Een mooi voorbeeld: een collega die bezig is met vervoersbeleid hoorde in de raad dat veel ouderen het bestaande aanbod niet kennen. Haar eerste actie werd het begrijpelijker maken van de informatie. Er komt nu een aangepaste flyer, die we samen met de ouderen toetsen.”

Fatoş:
“Of neem pensioen. Voor sommige ouderen was dat een totaal onbekend onderwerp. Eén vrouw vertelde later dat ze in haar moskee was gaan vragen: ‘Weten jullie eigenlijk hoe het met jullie pensioen zit?’ Dan zie je dat er iets in beweging komt. Dat is hoopgevend.”

Wat zijn de grootste uitdagingen?

Fatoş:
“Geduld. Ik wilde meteen tastbare resultaten. Maar je moet eerst vertrouwen opbouwen. Sommige leden zijn niet gewend om hun mening te formuleren of te vergaderen. Dat vraagt begeleiding. En binnen zo’n grote organisatie als de gemeente zie je ook verschillen. Op de afdeling van Nina is er veel steun. Maar elders kan het tempo anders liggen. Dat vind ik soms lastig.”

Nina:
“De gemeente is groot. Niet iedereen kan alles tegelijk oppakken. Wat ik wel echt klaar mee ben, is dat we soms te makkelijk zeggen: ‘Deze doelgroep is moeilijk bereikbaar.’ Dan denk ik: Inclusief werken vraagt dat je je aanpak aanpast. Dat kost tijd en energie, maar het is wél de kern van ons werk.”

Wat drijft jullie persoonlijk?

Fatoş:
“Ik heb dit onderwerp al vaker aangekaart bij andere ambtenaren. Maar dit is de eerste keer dat iemand echt met me ‘meedanst’. Dat is fantastisch. Want ik ben eerlijk: ik ben ook moe. Ik heb al heel veel energie in dit onderwerp gestoken. Maar deze samenwerking geeft energie.”

Nina:
“Fatoş legde de lat meteen hoog: als we dit doen, doen we het goed. Dat vroeg ook iets van mij. Want als je inclusief wilt werken, moet je het serieus nemen. Dat vraagt ook van ons als systeempartij om dingen anders te durven doen. Wat mij drijft is dat we beleid maken voor álle ouderen in Den Haag. Niet alleen voor de mensen die hun weg naar ons al weten te vinden.”

Hoe ziet de toekomst eruit?

Nina:
“De ervaringsraad is inmiddels structureel ondergebracht in een subsidieregeling. Er is financiering voor het komende jaar, met de mogelijkheid tot verlenging. Ik hoop dat de raad steviger wordt, dat meer collega’s ermee werken en dat inclusief werken steeds vanzelfsprekender wordt.”

Fatoş:
“Mijn droom? Dat dit model ook in andere grote steden komt. Er zijn zoveel laaggeletterde ouderen die nu niet gehoord worden.”

Tot slot: waarom is ervaringskennis zo belangrijk?

Nina:
“Omdat je echte mensen en echte verhalen hoort. Niet één keer, maar structureel. Dat maakt beleid beter.”

Fatoş:
“En omdat mensen weer ervaren dat ze ertoe doen. En dat ze beseffen dat de gemeente van hen leert. Dat is misschien wel het mooiste wat er gebeurt.”

Nina en Fatoş delen meer inzichten tijdens het Breed Overleg over Ervaringsdeskundigheid op 26 maart. Kom je ook? Meld je hier aan.


Bekijk ook andere GGDH projecten:
« |