HIS ervaringen: ‘Met elkaar kunnen we slimme dingen bedenken’

20 mei 2021, 07:26

Een kinderfysiotherapeut van het Juliana Kinderziekenhuis en een projectmanager bij kinderopvang 2Samen blikken terug op hun deelname aan de Health Innovation School Haaglanden. Daar hielden zij zich bezig met huilbaby’s en hun ouders. ‘Er is al heel veel, maar het moet beter vindbaar zijn.’

Kinderfysiotherapeut May van Gijn-Huyssen van Kattendijke en projectmanager Elsien Smit zijn na de HIS weer druk met hun dagelijkse werk. Maar hun ervaringen nemen ze daar zeker in mee. May: ‘Naast mijn werk als kinderfysiotherapeut durf ik nu meer ‘buiten te spelen’. Er zijn bij mij echt wel wat deurtjes geopend.’ Ook voor projectmanager bij 2Samen Elsien Smit brandt het vuurtje van design thinking door: ‘Deze methode, waarbij je cirkelt om het probleem en in gesprek gaat met de mensen om wie het gaat, maakt mij heel enthousiast.’

Tijdens de HIS werkten in totaal zo’n vijftig professionals met een vernieuwende bril aan een breed scala aan onderwerpen. In deze serie delen zij hun ervaring. Als kinderfysiotherapeut in het Juliana Kinderziekenhuis en vanuit het ToP-programma (Transmuraal ontwikkelingsondersteuning Prematuren) volgt May kinderen en hun gezin twee jaar lang, ook thuis. Met haar zicht op wat er binnen en buiten het ziekenhuis gebeurt, ziet ze goed wat er beter kan. In 2014 was zij een van de oprichters van de Nazorgpoli Neonatologie, nu werkt ze aan een plan voor een Integrale Gezinspoli, waar het medisch en sociaal domein meer samen moeten komen.

Problemen overstijgen hokjes

Zeker bij ouders thuis merkt zij hoe lastig het kan zijn om goed de verbinding te maken met de verschillende betrokken professionals. ‘Natuurlijk is er contact met de partijen, maar toch weet je niet altijd precies waar ieders verantwoordelijkheid ligt. Vaak hangt dat ook af van de persoon, wie loopt er net dat stapje harder?’, licht May toe. ‘En als er andere problematiek speelt die urgenter is, kan ik soms beter eerst een stap terug doen. In die afstemming zit nog wel een uitdaging.’ Communicatie, korte lijnen; het zijn voor May de sleutelbegrippen. Tijdens de HIS hoopt ze hier meer over te leren.

Elsien Smit, met haar achtergrond als projectmanager bij kinderopvang 2Samen, voelt zich in eerste instantie een beetje een vreemde eend in de bijt, zo zonder medische achtergrond. Toch herkent ze al snel veel bij de anderen in haar groepje. ‘Wij zien in praktijk vaak dat kinderen uit kwetsbare gezinnen een sociaal-medische indicatie krijgen om naar de opvang te komen. Soms stopt die opeens, terwijl de problemen niet zijn opgelost. Voor ons is dat frustrerend, wij kunnen dan niks overdragen. Mensen handelen vaak vanuit hun organisatie, maar problematieken van mensen overstijgen die hokjes. Daar wil ik iets aan veranderen.’

Escaleren naar de kinderarts

Kinderarts Maartje van den Berg brengt de casus in waar ze mee aan de slag gaan: Ouders met een huilbaby komen bij haar terecht, terwijl er medisch niks aan de hand is. Maartje komt erachter dat de moeder vanwege een taalachterstand in een sociaal isolement zit. Hoe kan het dat mensen bij een medisch specialist terechtkomen als er een heel ander probleem aan ten grondslag ligt? Hoe kan je ervoor zorgen dat escaleren niet nodig is en een kind en het gezin de juiste zorg op de juiste plek krijgt?

Met die vragen gaan ze aan de slag. ‘We gingen meteen op zoek naar oplossingen, vanuit onze eigen professie’, blikt Elsien terug. ‘Maar onze coach – Roeline de Beaufort, manager van de HagaAcademie – binnen de HIS stuurde ons terug naar de tekentafel om eerst het probleem goed in kaart te krijgen. Dat betekende in gesprek gaan met de ouders en andere betrokkenen, design thinking dus.’ Er volgen vele gesprekken. Met ouders, met verloskundigen, met kraamverzorgers, met het CJG. Daaruit komen best wat eyeopeners, vertelt Elsien.

Eyeopeners

Zo zien ze dat er een huilbabyexpert bestond, iets wat May en Maartje helemaal niet weten. Elsien: ‘Het CJG bleek deze kennis gewoon in huis te hebben. Het is natuurlijk zonde dat zowel de professionals en de mensen om wie het gaat, dat niet weten.’ En, door het gebrek aan vindbaarheid van passende hulp, springen nu commerciële partijen in dat gat. Nog een eyeopener: een huilbaby is een huilbaby als ouders het gehuil als een probleem ervaren.

Ook ziet May dat er veel informatie verloren gaat. ‘Na een zwangerschap is er minimale overdracht van gegevens naar kraamzorg of een consulstatiebureau. Dat is zonde. Want een moeder die tijdens een zwangerschap al aangeeft dat ze veel piekert, kan bijvoorbeeld eerder in aanmerking komen voor een check. Nu is het one size fits all, maar dat werkt niet.’ Via de gesprekken komen ze bij de échte problemen: Dat ouders geen geschikte hulp kunnen vinden bij een huilbaby. Dat ze aan zichzelf gaan twijfelen. Geen zelfvertrouwen hebben. En niet goed weten wat normaal is.

Normalisering en geruststelling

Elsien vult aan: ‘Wij hoorden vaak dat problemen ontstonden nadat de kraamzorg wegging. Dus wellicht zou een meer gelijkelijke afbouw daarvoor beter werken. De overgang is nu erg abrupt. Of een kraamhulp zou meer aandacht kunnen geven aan opbouw van zelfvertrouwen’ May zou ook graag meer goede voorlichting zien die – belangrijk! – op een passend moment wordt gegeven. ‘Het is heel normaal dat je als je moe bent je kindje niet goed kunt lezen. Ook geruststelling is heel belangrijk. Daar kan een kinderarts een rol in hebben. Maar dan wél binnen een goed team.’

Hun onderzoek heeft een aanbeveling opgeleverd, waarin de expert van het CJG de spin in het web is, met daaromheen andere professionals. Want, zo stelt May de expertise is er echt wel. ‘Daarom is die vindbaarheid zo belangrijk, voor zowel ouders als andere hulpverleners’, vertelt May. Het is geen ingewikkelde stap, maar wel eentje die belangrijk is. ‘Het is nu de uitdaging om het niet te houden bij praten, maar om die communicatie ook echt duidelijker te krijgen.’

Werkvloer en beleid

Haar HIS-ervaring heeft May gesterkt in haar manier van kijken, waarbij ze zich af durft te vragen waarom we dingen niet anders, beter, doen. ‘De HIS heeft mijn gevoel bevestigd dat het belangrijk is om me te blijven verwonderen en vragen te blijven stellen. Ik zou daarbij graag een sterkere verbinding zien tussen de werkvloer en beleid. Vaak gaat het snel over geld, maar met elkaar kunnen we slimme dingen bedenken, daar ben ik van overtuigd.’

Een leidend principe dat Elsien aan haar ervaring overhoudt is het minder kijken vanuit je organisatie en meer vanuit de mens en zijn of haar werkelijkheid. ‘We proberen mensen te helpen, maar tuigen soms zulke lastige systemen op dat dat juist niet meer lukt.’ May vult aan: ‘En laten we goede ideeën vooral delen. Als iets werkt, zorg ervoor dat anderen ervan kunnen leren. Het maakt niet uit van wie of welke organisatie, een goed idee is een goed idee.’

Vleugels

Vooral de positieve benadering van de HIS heeft May, in haar eigen woorden, ‘vleugels gegeven’. ‘Er is gewoon heel veel mogelijk als je durft te denken in wat er wél kan. Dat geeft goede energie.’ Elsien vult aan: ‘De benadering die wij hier hebben geleerd helpt om mensen in beweging te krijgen. Je komt even uit je comfortzone en wordt opgeschud. Daar probeer ik nu ook anderen warm voor te laten lopen.’

In deze video een van de ervaringen die het groepje hoorde tijdens de HIS: