Nieuw sociaal contract krijgt vorm in Moerwijk-Oost: ‘We willen samen leren’

26 oktober 2022, 08:42

Bewoners, welzijn en zorg gaan in Moerwijk-Oost samen op zoek naar nieuwe werkwijzen om zorg en ondersteuning te organiseren en financieren, waarbij formele en informele netwerken elkaar versterken. Uitgangspunt is het ‘sociaal contract’, een manier van samen werken waarbij bewoners en hun kwaliteiten het uitgangspunt vormen. Opbouwwerker Marc van Bergen, buurtpastor Bettelies Westerbeek en psycholoog Omar van Ommeren geven dit als kernteam komend jaar verder vorm.

Op hun uitvalsbasis aan de Twickelstraat komt het kernteam elke maandag samen. Bettelies is pastor en bewoner en kenner van de leefwereld van bewoners van de wijk. Marc kent de wijk en haar bewoners goed als opbouwwerker voor Wijkz. Omar is via Parnassia betrokken als psycholoog, en psychotherapeut in opleiding. Als multidisciplinair team gaan zij komend jaar aan de slag met concrete vragen uit de wijk, laagdrempelig en zonder vaste protocollen.

Want hoewel er veel aanbod is van zorg en ondersteuning in de wijk, zien zij ook dat mensen regelmatig vastlopen. Dat kan zijn omdat mensen de weg naar ondersteuning niet weten te vinden. Of mensen hebben wel veel hulpverleners om zich heen, maar de situatie verbetert niet. Dit klonk ook tijdens de gevoerde gesprekken eerder dit jaar, over het nieuwe sociaal contract, een manier van werken waarbij de leefwereld van bewoners centraal staat. Er bleek behoefte te zijn aan laagdrempelig contact met hulpverleners in de wijk, een aanbod dat beter past bij de vraag en meer samenwerking tussen het informele en formele netwerk.

Knooppunt voor passende verbindingen

Het kernteam met Marc, Bettelies en Omar gaat komend jaar aan de hand van zo’n 20 concrete casussen verder invulling geven aan deze manier van werken. Daarbij richten ze zich als team op 2 dingen. Ten eerste op wat er nu kan gebeuren om situatie van de personen waar ze mee werken een stap verder te helpen. ‘Het is daarom belangrijk dat we zichtbaar zijn in de wijk, zodat mensen ons makkelijk kunnen benaderen’, vertelt Omar. ‘Met andere wijkpartners kunnen we zoeken naar manieren om mensen verder te helpen. Ik zie ons team daarbij als een soort knooppunt om de passende verbindingen te leggen.’

Een tweede belangrijk aspect van het initiatief is om duidelijk te maken aan betrokken partijen wat er precies speelt, waarom mensen vastlopen en samen met informele hulp en professionals onderzoeken welke andere oplossingen mogelijk zijn. Bettelies: ‘Doel is om hier met elkaar van te leren, zodat we samen structureel zaken kunnen veranderen. Hierbij hebben we samenwerking gezocht met het programma Maatwerk & Regie van de gemeente Den Haag.’ Dit programma stelt het perspectief van de inwoner centraal, zodat bewoners dankzij maatwerk en regievoering in een keer goed worden geholpen.

Informele netwerken

Bettelies licht toe: ‘Ik zie vaak dat bepaalde regels, interventies en beleidskaders op papier goed lijken, maar in de praktijk een negatieve uitwerking kunnen hebben. Denk aan de kostendelersnorm. Of mensen die geen vrijwilligerswerk durven te doen uit angst gekort te worden op hun uitkering. Ik wil laten zien hoe deze regels en kaders, ondanks al hun goede intenties, doorwerken in het leven van mensen.’

Ook de bestaande, informele, netwerken hoopt zij meer gezicht te geven richting partijen die hier wat verder vanaf staan. ‘Deze netwerken zijn hier in de wijk heel belangrijk, maar vallen buiten het zicht van zorg en gemeente. Dit informele netwerk kan veel beter aansluiten op het formele, en heeft wellicht ook ondersteuning nodig. We onderzoeken hoe dat het beste kan.’

Mentale gezondheid

De 3 richten zich voornamelijk op mentale gezondheid en preventie van mentale klachten. Klachten die kunnen ontstaan in een breed ‘ecosysteem’, waarbij veel aspecten kunnen meespelen. Van huisvestingsproblemen tot overlast van een dealer in een portiek, of juist een gebrek aan professional ggz-hulp. Marc, Bettelies en Omar zien vaak wat er niet goed gaat, maar vragen zich af: hoe zorgen we er met elkaar voor dat we iets gaan doen met die informatie?

Marc licht toe: ‘Nu is het antwoord vaak dat er iemand anders over gaat, zoals een woningbouwcorporatie bij overlast of onveiligheid in een portiek. Maar mensen om wie het gaat, hebben daar geen boodschap aan. Of durven niet meer te melden, omdat actie lang kan duren bij een corporatie. Hun situatie kan verslechteren nadat ze aan de bel hebben getrokken.’

Stap verder

Marc stelt: ‘We kunnen binnen dit project een stap verder gaan dan constateren dat iets niet werkt. Door mee te kijken in de keuken kunnen we  met elkaar inzichtelijk maken wat er gebeurt en er samen iets aan veranderen. Mensen werken vaak binnen het systeem van de eigen organisatie, dat is logisch. Maar uiteindelijk wil iedereen hier de leefbaarheid vergroten. Daar moeten we met elkaar manieren voor zoeken, buiten de vaste kaders die we gewend zijn.’

Omar stelt: ‘We hopen met het netwerk in de wijk de situaties van bewoners duidelijker te maken, situaties die nu vaak verborgen blijven. Zo proberen we de afstand tussen de zorg en ondersteuning met de mensen uit de wijk te verkleinen.’ Bettelies vult aan: ‘We weten inmiddels allemaal wel dat de systeem – en leefwereld niet goed op elkaar aansluiten. De vraag is waarom niet, en wat is er nodig om dit beter te maken?’

Weerstand

Eén aspect is voor haar duidelijk: ‘Een deel van de oplossing zit juist bij die stem van de mensen om wie het gaat, vaak is dat de minst hoorbare. We moeten leren om die informatie te vertrouwen en centraal te zetten. Een drempel kán te hoog zijn, omdat een loket te ver weg is. Of omdat iemand bang is om ergens heen te gaan. Dat zijn valide redenen. Als we mensen willen bereiken, moeten beleid en zorgaanbod daarin meebewegen.’

Ze verwachten – ‘logisch, bij dit soort processen’ – heus weleens tegen weerstand aan te lopen. Maar voelen ook dat er uit de gesprekken in de wijk over het sociaal contract een bereidheid om te veranderen is ontstaan. Bettelies ziet het nu als een volgende stap om de feedback van de buurt ‘terug het systeem’ in te krijgen. ‘Uiteindelijk zou dat niet meer nodig moeten zijn, omdat het vanzelfsprekend is dat degenen om wie het gaat centraal staan bij beleid en zorg. Maar voor nu nemen wij deze rol graag op ons.’


Het initiatief sociaal contract en de inzet van Bettelies, Marc en Omar is mogelijk gemaakt door Parnassia, Wijkz, Menzis, en gemeente Den Haag. De Preventiecoalitie van GGDH en het Stadsdeel ondersteunen het team. Het team werkt samen met initiatieven in de wijk zoals de buurtkamer, de Moerwijk Moeders, Gewoon sociaal en Kompassie. En zij werken samen met professionals van Parnassia, Wijkz, GGD, huisartsen, JMO teams, helpdesk geldzaken e.a.. Ook andere initiatieven en teams kunnen hier de komende tijd bij aansluiten.


 

Marc van Bergen is opbouwwerker bij Wijkz, sinds een jaar in Moerwijk Oost en daarvoor in andere delen van Den Haag. Hij was aanwezig bij een aantal bijeenkomsten over het sociaal contract. Het was dan ook niet meer dan logisch dat hij zou aanhaken bij dit project. ‘Ik denk echt dat iedereen de beste intenties heeft, maar dat we in de vorm van dit project nu een stap verder moeten gaan om écht verschil te kunnen maken in de wijk.’

Bettelies woont in Moerwijk waar ze ook actief is als buurtpastor. Haar rol ziet ze vooral een brug tussen de bewoners en alle partijen daaromheen. ‘Het is moeilijk voor overheid en professionals om in contact te komen. Over en weer is veel onbegrip en wantrouwen. Vanuit het vertrouwen dat de bewoners en ik inmiddels in elkaar hebben, probeer ik deze werelden met elkaar te verbinden.’

Binnen her project denkt Omar vanuit zijn kennis over ggz-problematiek mee over de situaties van bewoners. Hij hoopt vooral een verbindende rol te spelen: ‘Vanuit mijn kennis over de ggz, maar ook vanwege mijn culturele achtergrond en kennis van transculturele psychiatrie, hoop ik de goede verbinding te kunnen maken tussen bewoners en de voor hen passende zorg en ondersteuning.’


Bekijk ook andere GGDH projecten:
« | »